…..langzaam rij ik de oprit op

Een van die bijzondere ontmoetingen uit mijn jaren in de thuiszorg. Sommige bezoeken vergeet je gewoon nooit.

Langzaam rij ik de oprit op…

Oeps, dat gaat maar net. Parkeren langs de landweg is geen optie. De oprit is smal, de tegels zijn verzakt en begroeid met een prachtig lichtgroen tapijt van mos. De struiken langs de oprit zijn flink uit de kluiten gewassen en zorgen ervoor dat hij nóg smaller is geworden.



De deur van de auto kan maar een klein stukje open. Ik wurm mij voorzichtig naar buiten en loop de oprit op, op zoek naar de voordeur.

Ik zie een deur, maar geen bel. Het ziet ernaar uit dat deze deur al lange tijd niet meer wordt gebruikt; de struiken groeien er weelderig tegenaan.

Ik strompel over de scheve keitjes en ontdek een poortdeur. Helaas, op slot.

‘Joehoe… joehoe…’

Ik wacht even.

Geen enkele reactie.

Bedachtzaam loop ik weer terug. Al speurend ontdek ik aan de andere kant van mijn auto, tussen de boompjes, een smal pad dat om het huis heen loopt. Ik volg het en kom bij een voordeur die zo te zien jaren geleden al in beslag is genomen door de familie Spin.

Tegen het zijraam staat een bezem. Die gebruik ik om de deurbel voorzichtig vrij te vegen van het spinrag.

Langzaam begint het overal te kriebelen en loopt er een kleine rilling over mijn rug. Vlug zet ik de bezem weer weg, voor het geval een van de spinnen besluit bij mij aan boord te stappen.

Brrr…

Ik druk op de bel en wacht.

Door het raam naast de deur zie ik ineens een oude dame langzaam de trap af komen. Ze roept dat ze eraan komt. Geduldig wacht ik tot ze veilig beneden is.

Eenmaal bij de deur aangekomen roept ze door het glas dat ik maar even achterom moet lopen.

Ze is de sleutel kwijt.

Het pad bij de voordeur loopt verder naar achteren. Voorzichtig klim ik over een zonnescherm dat kapot op het scheve pad ligt.

Om de hoek van het huis ligt een terras met daarop een oud houten kinderpicknicktafeltje. Achter de grote ramen van de aanbouw zie ik, keurig op een rij op houten planken, grote miniatuurtreinen staan.

Er zwaait een deur open.

De oude dame kijkt me aan en vraagt wie ik ben. Ik stel mij voor en vraag of ik even binnen mag komen om kennis te maken.

Het terras is inmiddels zo ver weggezakt dat ik mij via de deurpost naar binnen moet hijsen. Zo groot is het hoogteverschil geworden.

Wanneer ik in de keuken sta, overvalt mij een zeer penetrante kattenlucht. Ik word er bijna een beetje onpasselijk van.

De vriendelijke en opvallend welbespraakte dame vraagt of ik een kopje koffie wil.

Ik neem haar aanbod aan en ga zitten in een rieten fauteuil in de huiskamer.

De spullen om mij heen zijn oud, maar duidelijk van kwaliteit. Tussen alles staan enkele prachtige antieke stukken. Er liggen stapeltjes NRC Handelsblad en het tijdschrift Nautique | Yachting.

In een grote designvitrinekast staat een replica van een schitterende houten zeilboot. Later zal blijken dat het een replica is van hun eigen schip.

Vanuit de keuken klinkt ondertussen flink wat gerommel.

Na een minuut of tien besluit ik toch maar eens te gaan kijken.

De koffie loopt en de kopjes staan klaar.

Alleen de suiker en de melk zijn zoek.

Ik vraag of ik haar even zal helpen zoeken.

Maar volgens mevrouw heeft ‘iemand’ ze op een andere plek gezet…


Reacties